KEES’ STUDIE

Kees is student Geneeskunde, maar was liever muzikant geworden. Hij bekijkt de medische wereld dan ook altijd met zijn muzikale blik. Zoals het vak ‘Zintuigen, Hersenen en Beweging’. Waarom dansen mensen eigenlijk?

Zintuigen, Hersenen en Beweging

Het is vrijdagochtend. Tijd voor het laatste vak van de week: Zintuigen, Hersenen en   ­openbaar vervoer. De enige spieren die ik echt train zijn mijn armheffers, omdat die glazen bier niet vanzelf in mijn mond terechtkomen.

Terwijl ik naar de concertagenda van deze week kijk, luister ik met een half oor een fragment waarin hoogleraar klinische neuropsychologie Eric Scherder vertelt dat dansen de intelligentie bevordert. Kinderen die dansen ontwikkelen hun brein. Volwassenen die hun hele leven blijven dansen, zullen later minder last krijgen van achteruitgang in hun hersenen. En voor ouderen is dansen een manier om hun hersenen te beschermen. Dansen dus…

Ik kan niet dansen. Bij een feest of concert is een tikkend voetje of een knikkend hoofd al genoeg beweging. Er moet toch een andere manier zijn om die achteruitgang van de hersenen tegen te gaan? Terwijl ik bedenk dat ik liever accepteer dat mijn hersenen achteruitgaan, dan dat ik mezelf de dansvloer op stuur, wordt er ineens gesteld dat dans in eerste instantie een communicatiemiddel is. En dat als je op een feestje staat te dansen, je dus communiceert met de mensen om je heen.

Wat communiceer ik dan eigenlijk als ik stil sta? Communiceer ik dan niet? Heb ik daarom nooit sjans? En wat communiceer ik eigenlijk naar mijn favoriete band als ik niet of nauwelijks beweeg? Dat ik het niks vind? Maar als ik met m’n eigen band optreed, sta ik ook stil. Denkt het publiek dan dat ik het niet naar mijn zin heb? Ik word ineens onrustig en app m’n huisgenoot: wij gaan vanavond dansen in EKKO.

Die avond staan we wat onwennig bij Diep in de Groef. M’n huisgenoot wil in het café hangen, maar ik ga niet mee. Dit wordt mijn experiment. Ik zie een leuk meisje en glimlach naar haar. Ze reageert niet en begint te dansen. Ik stuur mezelf de dansvloer op en wieg onwennig met m’n heupen heen en weer. Het meisje moet lachen. Ze moet lachen! Het werkt!

Langzamerhand word ik steeds losser en worden m’n bewegingen steeds groter. Ik merk dat ik er lol in begin te krijgen. Op het moment dat ik besluit dat ik dit vaker moet doen, zwaai ik m’n armen vol enthousiasme de lucht in. Ik voel dat ik iets raak en zie mijn huisgenoot verbouwereerd naar zijn biertjes kijken die door de lucht vliegen en hem een bierdouche geven. Ik schiet in de lach en probeer door middel van mijn nieuwe dansbewegingen ‘sorry’ te zeggen. Tot mijn verbazing wordt hij kwaad en concludeert hij dat ik hem belachelijk maak. Voordat ik iets kan zeggen, is hij vertrokken.

Conclusie van dit experiment: dansen is inderdaad een communicatiemiddel, maar je moet wel weten hoe je het moet gebruiken.bannerlaatsteversie.jpg

Geschreven door Lysette Rindertsma

Beeld door Namen-Uitgeverij-4