Vijf jaar Cultfarm


2015 was het jaar waarin Cultfarm, de vaste elektronische muziekavond van EKKO, haar vijfjarig jubileum vierde. In januari is er daarom een speciale editie met Kompakt baas Michael Mayer. Met Joris van Rest, Eduard Versteege en David van der Horst – de belangrijkste drijvers van het Cultfarmvlot – blik ik terug op negenentwintig edities Cultfarm, en vooruit op alle cult die nog komen gaat.

Het is begin december, vroeg in de avond en angstaanjagend warm voor de tijd van het jaar. Vanavond is de halve finale van De Grote Prijs van Nederland, en EKKO zit vol etende stelletjes. Samen met Eduard, Joris en David zit ik achter in het café. Fotograaf Paulus dartelt om ons heen en schiet foto’s van de jongens, die er duidelijk geen moord voor doen om in het middelpunt van de belangstelling te staan. “Jezus Paulus, je schiet hier meer foto’s dan je ooit hebt gedaan bij alle Cultfarm-edities bij elkaar!”

Eduard, Joris en David

Het zijn goede gasten, het gemêleerde gezelschap dat het team van Cultfarm vormt. Dat voel je meteen. Joris, een klein breed bespraakt figuur met halflang blond haar, omschrijft zichzelf als een ‘mannetje van de nacht.’ Het is zo iemand die je leert kennen in de rookhokken van clubs – die tot dat uitgedunde kliekje behoort dat er nog staat als om zeven uur ’s ochtends de lichten aan gaan. Naast zijn metier als nachtatleet houdt hij zich bezig met de productie en creatieve programmering bij festivals, onder andere voor zijn eigen organisatie LiveBuild, een stichting die zich inzet voor goede doelen in Kameroen.

Eduard programmeert sinds acht jaar voltijds voor EKKO, en af en toe doet hij nog een festival of een feest. Hij lijkt een prettig soort wijsneus – een programmeur in hart en nieren – zo iemand die je met zijn muziekkennis alle hoeken van de kamer laat zien. Hij behoort tot een jonge generatie Utrechtse programmeurs, die de stad op de kaart zet en de oude garde inspireert. David, de jongste van de drie, lijkt meer ingetogen dan zijn kompanen. Met een vergenoegde grijns op zijn gelaat slaat hij de boel gade, en maakt met enige regelmaat een rake opmerking. Opvallend is zijn hart voor de zaak. Een pure liefde voor muziek die doorschemert als zijn gezicht oplicht wanneer hij spreekt over zijn favoriete Cultfarm-edities, of zijn eerste elektronische muziekervaringen: iets Kalkbrenner-achtigs in de Victorie in Alkmaar of het vijfjarige jubileum van Awakenings met Adam Beyer en DJ Bone.

Cultfarm interview-5.jpg

Het begin van de cult

Het begon allemaal in 2010. Toen Matthijs Theben Therville, destijds verbonden aan Source Festival en inmiddels onderdeel van het succesvolle Dekmantel team, een podium zocht voor DJ’s die niet in de vaste hokjes passen. DJ’s gespecialiseerd in wat Eduard de ‘warmere house’ noemt. Zo kwam het dat hij samen met Eduard niet heel doordacht, maar ‘gewoon leuk’ aan de slag ging. Het heette Cultfarm. “De eerste editie is een mooi voorbeeld van een line-up waar toen weinig plaats voor was, met namen als Daniel Wang en Motor City Drum Ensemble”, legt Eduard uit. “Motor City is nu een wereldster, maar was toen nog een jong jochie. Daniel Wang is een echte ‘cultnaam’, die niet vaak draait maar veel liefhebbers heeft in specifieke scenes.”

Er is een hoop veranderd sinds die eerste editie. Theben Therville begon zich op andere projecten te storten en stopte met Cultfarm. In 2013 kwamen Joris en David bij het team. De drie-eenheid zoals we die nu kennen was geboren. Ook het muzieklandschap transformeerde ingrijpend. Wat toen cult was en gelabeld werd als ‘warmere house’ waar geen podium voor was, heet nu disco en wordt overal gedraaid. “Ja dat klopt”, beaamt Eduard. “Je ziet bij festivals als Dekmantel en Zeezout dat de namen die we toen boekten nu razend populair zijn.” David knikt instemmend en zegt: “Ik vind het een spannende ontwikkeling, dat je veel meer opties hebt tegenwoordig. Dat bepaalde namen opeens wel kunnen, die vroeger te gewaagd waren. Hierdoor kunnen wij onze grenzen ook weer verder opschuiven, en iets neerzetten waarmee je eerder nooit de tent had volgetrokken.”

Soepele organisatiestructuur

Wat absoluut niet veranderd is de afgelopen vijf jaar is de soepele organisatiestructuur. Een echte taakverdeling is er niet bij Cultfarm. Bij sommige edities loopt de een wat harder dan de ander: zo was David tijdens zijn afstudeerperiode wat minder actief bij het proces betrokken. Wie wat doet verschilt per editie: de ene keer neemt iemand het voortouw in een naam aandragen, de andere keer houdt iemand zich meer bezig met promotie. Uiteindelijk is Eduard degene die het laatste duwtje geeft: omdat hij vaste programmeur bij EKKO is, heeft hij meer kijk op de financiële kant van het verhaal.

Cultfarm interview-27-1.jpg

Deze verantwoordelijkheid is niet te verwarren met een vetorecht: bij de totstandkoming van de programmering doet iedereen zijn zegje. De afgelopen jaren ontstond er een poule van lokale residents die de avonden openen en meedenken over de te boeken artiesten. Wat is het criterium voor de Cultfarm-programmering? “We bekijken wat relevant is, en wat in de loop van een jaar kan gaan werken”, zegt Eduard. “In de praktijk komen we ongeveer twee keer per jaar met grote namen en duiken we voor de rest vooral de diepte in. De kunst is dat je het spannend genoeg maakt voor kenners, en af en toe uitpakt met een bekendere naam waar iedereen blij van wordt.”

Joris valt hem bij: “We hebben een lijst met namen erop die we graag willen. Zo zorg je ervoor dat niks verloren gaat. Soms kom je erachter dat iemand die twee jaar geleden minder relevant was, het dit jaar wel is  – en andersom. Zo is iemand die al een tijd op onze lijst staat Hunee, die is nu natuurlijk relevanter dan ooit. Als je die een paar jaar geleden had neergezet dan komen er hooguit honderd man. Daar moet ik bij zeggen dat het feit dat je soms maar een paar bezoekers hebt ook een charme heeft. Ik herinner me een avond met Elbee Bad, waar het heel rustig was. Hij besloot dat hij het maar alleen vond achter de DJ-booth en voegde zich bij ons op de dansvloer, om af en toe van daaruit een nieuwe plaat op te leggen. Stiekem geniet ik van dat soort avondjes.”

Muziekpedagogiek

Een onvermijdelijk onderwerp bij organisatoren die de grenzen proberen te verleggen met hun manier van programmeren is of ze het als opgave zien hun publiek op te voeden. Waar over het algemeen om deze vraag heen gedraaid wordt, antwoordt Eduard met een stalen gezicht: “Absoluut.” Nadat we even gelachen hebben om zijn uitgesproken muzikale zendingsdrang zegt David:

“We hebben er bewust voor gekozen om headliners sets van vijf uur te laten draaien. In de breedte van de platenkeuze kan je mensen iets meegeven. Ik hoop er ook op dat het niet allemaal in de vierkwartsmaat zit en dat het af en toe bijna stilvalt en er foutjes in de set zitten. Het feit dat we voor zulke lange sets kiezen maakt het voor ons ook spannender, we weten van tevoren niet welke kant het op gaat.”

Dieptepunten en de kracht van Muhring

Het gesprek gaat voor een groot deel over de schoonheid van je eigen feest mogen geven. Waanzinnige avonden met echte selectors als Gerd Janson en Antal, en een week voor het feest met een emmertje plaksel door Utrecht fietsen om posters te plakken. Zit er een keerzijde aan die medaille? Zijn er ook dieptepunten geweest? “Qua spirit niet, maar op het vlak van bezoekersaantallen zijn ups en downs”, zegt David. “De zomerperiodes zijn doorgaans lastig, niet alleen hier maar in het hele clubcircuit. Daarnaast hebben we in 2013 een aantal edities gehad die qua bezoekersaantallen te wensen overlieten. Toen hebben we opnieuw gedefinieerd wat we wilden: waar we aan vast wilden houden en wat anders moest.”

“Daar moet Marco Muhring ook even genoemd worden”, gaat Eduard verder. “Hij is bij ons begonnen als stagiair, tamelijk stil achter zijn computertje, en binnen een paar maanden ontpopte hij zich als een muziekkenner. Hij was een goede aanjager voor ons: hij hield ons bij de les en wees erop hoe belangrijk het was om vooruit te denken. Hij werkt sinds september niet meer bij ons maar bij Friendly Fire (Amsterdams boekingskantoor, red.). Zijn input zal echter niet verdwijnen: hij zit nog steeds in onze poule en is bijdehand en enthousiast genoeg om ons op nieuwe dingen te wijzen.”

Cultfarm interview-19-1.jpg

Fulltime Cultfarm?

Op de vraag of de heren in de toekomst ooit volledig voor Cultfarm willen gaan, en hiervoor andere bezigheden terzijde schuiven, luidt het antwoord stellig: “Never.” De kracht van het feest zit hem in het feit dat het zo hybride is, en dat het een concept is dat alleen binnen de muren van EKKO werkt, legt David uit. Toch valt er nog wat te halen op het gebied van focus. “Omdat we er zoveel dingen naast doen, staat Cultfarm niet elke dag op onze prioriteitenlijst”, zegt Joris. “We leven er ook niet van. Je zou zeggen dat als je je er voor de volle honderd procent op stort, je de hut misschien elke keer stampvol hebt. We hebben moeite om die stap te maken.” “We doen dit ook niet voor het geld, maar voor de lol en de overtuiging dat het er moet zijn”, valt Eduard hem bij. “Dat zorgt ervoor dat je qua promotie en afstemming op het proces nog wel eens tekort schiet.”

Dromen over de toekomst

Hoe ze Cultfarm verder zien groeien de komende jaren? “Idealiter hoop je dat er altijd een vaste groep is die naar je feesten komt”, zegt Eduard. “Of je nou Aardvarck, Vakula of Gerd Janson boekt – dat je als publiek weet dat je bij Cultfarm wat gaat beleven, muzikaal gezien.” David knikt en zegt: “Het zou het vetste zijn als je als het ware blind boekt, en niet adverteert wat voor naam je hebt geprogrammeerd. Dat je weet dat mensen dan alsnog komen.”

Als het gesprek ten einde loopt besluiten we nog even te dromen. Wat is de perfecte boeking – als er geen beperkingen zijn? “Sven Väth. Die moet je in het backstage hok neerzetten. Rolluiken open en gaan”, roept Joris. “Three Chairs!” zegt David. “Of iemand van de Three Chairs – al komt er eentje.” Eduard kijkt bedenkelijk en zegt tenslotte: “Sadar Bahar. Opgedoken uit de Antal-hoek. Mooie vent.” Paulus doet een duit in het zakje en roept: “Mark Broom!” Ik hoef niet lang na te denken: “Aphex Twin, all night long, en niet om vijf uur stoppen maar tot zeven uur door.” Er wordt instemmend gemompeld. Zo filosoferen we rustig door, en met elke onmogelijk te boeken naam die er ingebracht wordt, krijg ik meer zin in de Cultfarm-jaren die er nog aan komen.

Cultfarm #30 invites Michael Mayer is op vrijdag 29 januari.
Cultfarm #31 invites Palmbomen II is op vrijdag 18 maart.

Geschreven door Jelle Talsma
Foto’s door Paul van Dorsten