Te oud voor de crowd, te jong voor het balkon

De beslommeringen van een bijna-dertiger tijdens concerten

EKKO is dertig, hoera!



Dertig, een leeftijd waar velen overigens tegenop zien. Maar hoe blijft een bijna-dertigjarige zich jong voelen in concertzalen vol tieners en twintigers?

Vandaag viert EKKO haar dertigste levensjaar. Zelf heb ik onlangs de dodelijke leeftijd van 27 jaar bereikt en voel ik de dertig met rasse schreden naderen. Daar ben ik mij nog meer bewust van als ik concerten bezoek. Er zijn weinig vormen van entertainment waar je je zo snel oud bij kunt voelen worden als bij concerten.

Ben je een filmfanaat, dan kun je de bioscopen van Pathé inruilen voor het Louis Hartlooper Complex en het geplop van je flesje bier voor het gerinkel van het lepeltje in je glas verse muntthee. Hou je van voetbal, dan kun je makkelijk tot je dood in het stadion zitten en daar vijftig jaar lang met dezelfde buurman de scheidsrechter afzeiken.

Nee, bij concerten is het een ander verhaal. Ik vroeg een aantal jaar geleden aan een oudere vriend of hij nog wel eens naar concerten ging. Niet echt meer, zei hij, hij voelde zich daar wat te oud voor. Watje, dacht ik toen uiteraard. Maar met de jaren begin ik zijn punt enigszins te begrijpen. Binnen tien jaar kun je bij concerten van ‘hé, cool, ik ben een van de jongste mensen in de zaal’ gaan naar ‘hé, cool, ik ben een van de oudste mensen in de zaal’. Behalve dan dat dat laatste minder cool is.

Tienermeisjes die in je oren gillen, de jeugd die concerten via de telefoon beleeft en soms aan één stuk door staat te appen over hoe vet de show is (die op dat moment bezig is, hallóó!), de biervlekken in je kleren en dan ook nog eens dat eeuwige wachten voor en na het voorprogramma. Het gevaar een mopperende dertiger te worden ligt altijd om de hoek.

Het is maar goed dat er in concertzalen als EKKO geen balkon is, want ik betrap me er steeds vaker op er verlangend naar te gluren. Naar de mensen van middelbare leeftijd – ik gruwel een beetje als ik die woorden uitspreek – die daar rustig staan of soms zelfs zitten, alsof ze zich in Het Concertgebouw bevinden.

Zelf ken ik maar één remedie en dat is volledige overgave aan het muziekgeweld. Ik neem gewoon een voorbeeld aan mensen als Foppe de Haan, die met zijn meer dan zeventig jaar nog even vurig langs de lijnen van het voetbalveld staat. Of aan Lemmy, die direct van het podium zijn graf in is gesprongen. Jong doen is immers jong voelen. En in de ouderdom is overigens wel een positief punt te ontdekken: hard geluid doet je niets meer als je oren eenmaal zijn afgestompt. Geen oordopjes voor mij, ik neem later wel een gehoorapparaat.

Illustratie_Ekko_Concert30_RGB

Geschreven door Nienke Franzen

Illustratie door

Namen-Uitgeverij-3